Verhalen

Meer over mijn nieuwe roman Lucie

Meer over mijn nieuwe roman Lucie Titel: Lucie Soort boek: ‘coming of age’ roman Auteur: Stans Lutz   ‘Hoe laat ben je thuis?’ Haar moeder vraagt het keer op keer. Alsof Lucie een reden zou hebben om thuis te komen. Als het ergens niet leuk is is het daar. Kijk maar naar haar vader. Die is er ook nooit en dat begrijpt ze best als ze ziet hoe haar moeder doet. Voor haar moeder komen de kerk, de verschoppelingen en haar piano op de eerste plaats. Als Lucie begin jaren 60 naar de middelbare school gaat krijgt ze een ruimere blik op het leven en trekt erop uit. In Rotterdam, de stad waar Lucie woont, valt genoeg te bevechten. Dapper trekt zij ten strijde. Al […]

Verder »

De presentatie van mijn nieuwe roman Lucie

De presentatie van de roman Lucie Vond plaats in de nieuwe KHL op 5 maart 2022 Uitgever Lex Jansen, Inleider Dirkje Houtman, voorlezer Trudy de Jong, de auteur bedankt, Anita van Boekhandel Pampus verkoopt, auteur signeert, naborrel     […]

Verder »

Hemelen

Jullie zijn weer lekker bezig daarbeneden. Krokussen, lelietjesvandalen… Jammer dat we het niet kunnen ruiken. Hier is het altijd zacht weer. Geen seizoenen. Saai is het niet omdat er elke dag weer nieuwen bijkomen. […]

Verder »

Rauw

Ze trekt haar jas aan om de krant te halen en opent haar deur naar de galerij. Haar weg wordt versperd door een grote doos, verpakt in grauw papier zoals ze het zich herinnert van vroeger bij de slager. […]

Verder »

Vliegenvanger

Ze had nog een hoop werk te doen. Het rechteroog van Janus begon al wat achteruit te gaan. Er had een poot van een andere vlieg in gezeten. […]

Verder »

De verbouwing

Ze probeert haar ooglid op te tillen. Het lukt niet. Ze heft een arm, plant de elleboog in haar buik, balt haar vuist en duwt met haar wijsvinger de huid van haar rechter ooglid omhoog. Nu moet ze haar hoofd van het kussen tillen. Met de vinger aan het ooglid en een hoofd dat al snel begint te trillen van inspanning, reikt ze naar een schaal die op haar nachtkastje staat. De arm als een stijve stam met vingers als graaiende takken. Met drie tegelijk verdwijnen de koekjes in haar wijdgeopende mond. Het verbrokkelen duurt niet langer dan een paar seconden. […]

Verder »

Op de kast

Pappa had haar opgepakt en met haar gedanst. Ze draaiden rondjes, haar hoofd achterover en haar armen om zijn nek, tot ze duizelig werd en krijste. Maar dat was van vreugde. Toen de muziek stopte, zette hij haar met een zwaai boven op de kast. De hoge kast van mamma, met de drie grote lades en de klep die een wereld aan kastjes en laadjes verborg. Ze hield zich vast aan één van de kunstig gedraaide houten pieken, die de hoeken markeerden en schoof naar achteren. Nu zat ze in het midden, achter het driehoekige opengewerkte houtsnijwerk, dat de kast bekroonde. Zo dichtbij had ze ‘de kromme kroon’ nog nooit gezien. […]

Verder »

De conciërge

Wie voor het eerst binnenkomt denkt dat hier alleen de rijken wonen. Het is de hal die het hem doet. De witte hal met de gebogen ramen die doorlopen tot de vloer en zicht op het water geven. Niet te vergeten: de midden in de ruimte geplaatste banken waar niemand op gaat zitten omdat het ‘kunst’ is. Op één van de schaarse muren prijkt een uitvergrote foto met een tekst eronder: Lange boten glijden door het water, dat in het stervend licht een lobbige huid laat zien als van gedreven zilver. Dichterlijke taal die mij verwarmt, ook al is het hier het hele jaar zo koud als op een winters kerkhof. Kijk naar buiten en zie wat de dichter bedoelt. Als je maar geduld hebt. En tijd. En zin. […]

Verder »