Terugblikken 30: Molly Bloom

‘Stream of consciousness’

Samen met een vijftal andere ‘schrijvers’ krijg ik een jaar lang* elke week de schrijfopdracht een fictief onderwerp vanuit een nieuwe invalshoek te beschrijven, te bekijken, te verguizen of te bewonderen. Deze week is het uitgangspunt: ‘Stream of conciousness’: “Laat je personage associërend denken, voelen, ruiken, zijn in het nu”.

Ik moest meteen terugdenken aan ‘Molly Bloom’, de voorstelling die ik in 1992 vormgaf bij Art&Pro met de regisseur Ruurd van Wijk en acteur Theo Pont. De acteur en regisseur bewerkten  zelf het boek ‘Ulysses’ van James Joyce*. Om goed ingelezen te raken las ik het origineel. Een heel werk herinner ik mij, maar ook dat na flink doorzetten om alle in cerebrale taal gegoten hoofdstukken vanuit de gedachten van de heer Leopold Bloom tot mij te nemen, de beloning in het laatste stuk kwam: de chaotische, emotionele gedachtenstroom, zonder punten of komma’s, van Leopolds vrouw Molly Bloom. Haar ultieme ‘stream of consciousness’.

Mits ‘ingestapt’ op het eerste station wordt de lezer over de zorgvuldig, door echtgenoot Leopold aangelegde rails, meegenomen in de nergens stoppende trein van Molly en kan tenslotte eindelijk met hun meeleven en de tragiek van hun matig geslaagde huwelijk meevoelen. De toneelbewerking van ‘Molly Bloom’ werd een monoloog voor één acteur die, bij wijze van spreken, dacht als Leopold en ademde als Molly. Het beeld van de voorstelling moest, samen met de acteur, deze zintuiglijke overgevoeligheid mogelijk maken, maar dan wel ‘gekaderd’ in een cerebraal idee.

 Het stuk begint, net als in het boek, met een strandscene. Leopold droomt, ogen dicht, doezelend in de zon. Hij denkt aan zijn vrouw, aan haar ontrouw, aan gelukkiger jaren, aan schaamte en schande.

Ik maakte een kleimodel van een rots, om zelf een beetje in de sfeer te komen, en daarnaast kleine schetsen op de computer om de scènes en ideeën vast te leggen. (Zie afbeeldingen) Aanvankelijk zag ik alleen lichte heldere kleuren, die een contrast vormden met de duisternis: het duister van de menselijke geest. (Leopold Bloom die aan seks en liefde denkt, maar duidelijk ‘tekort’ komt)

Maar hoe maak je dit wanhopige reiken naar liefde zichtbaar? Ik kwam op ‘snoezelruimtes’: verduisterde kamers in inrichtingen waar psychisch gehandicapten, bij gebrek aan voldoende personeel, mechanisch ‘geknuffeld’ kunnen worden door allerlei zinnenprikkelende voorwerpen zoals waterbedden, ‘snoezelpalen’ (bellengorgelende zuilen) geluidsorgels, materialen als bont(haar) en rubber(huid). Dat leverde een aantal bruikbare elementen op die voor mij de sfeer van de monoloog dicht benaderden:- Rubber streelt oog en tastzin, maar het straft ook omdat het opsluit. Niet ademt.- Ongekleurd rubber is vuilwit, als de verborgen huid van een mollige vrouw.- Zwart rubber heeft een enigszins afschrikwekkende, maar ook aantrekkende kracht. Natgemaakt voelt het vies en glibberig, maar ziet er prachtig glanzend uit, als asfalt in een regenachtige nacht.- De ‘snoezelpaalmast’ droeg het zeil op de boot van Leopolds geestelijke reis.(het schip van Ulysses/Odysseus)

Mooie elementen, maar een bevredigend kader had ik nog steeds niet gevonden.

Ik zette het gevoel even uit, de hersens weer aan: en probeerde alles in het stuk, herleid tot geometrische vormen, een functie te geven: Vierkant = achterwand voor projecties en licht, de droomsfeer. Driehoek = het zeil van Odysseus, de geestelijke reis. Cirkel = de structuur van het boek – het eindigt waar het begonnen is – maar ook de volgspot.

Nog steeds niet helemaal overtuigd van de goede weg ging ik weer naar de bibliotheek. Daar stuitte ik op een geïllustreerde Ulysses met prints van de Amerikaanse abstract-expressionist Robert Motherwell. Eén illustratie sprong er duidelijk uit: Een rechthoek, een driehoek ondersteboven, en een cirkel, naast elkaar. Een streep erboven en een streep eronder. Grappig, dacht ik, dat hij hierop was uitgekomen. De prenten deden Japans aan. Ik zocht verder en vond een Japanse prent uit de Edo-periode (17e-19e eeuw), waarin dezelfde drie vormen samengevoegd een betekenis hadden: ‘symbool van het universum’. Het lampje dat al die tijd al schemerig in mijn hoofd had geflikkerd, floepte aan. Ik was op de goede weg.

Uit een zwart vierkant sneed ik een driehoek. Dit zwarte raamwerk leunde achterover op de ‘snoezelpaal-mast’, een lichtgevende perspex buis van 30 cm doorsnede en ca 4 meter lang. Om de driehoekige uitsparing ‘licht’ te maken, hing ik het witte vierkante achterdoek achter het zwarte kader, maar vrij in de ruimte, dus niet weglopend in het zijzwart, zodat je het achterdoek als object ervoer en niet alleen als lichtbron. Op de zwart rubberen vloer kwam een cirkelvormig kleed van glanzend rubber.

En zo ontstond langzaam een decor. Uiteindelijk werd de cirkel slechts een bundel van licht en kwam het rubber als zwart gespannen huid terecht op het zwarte raamwerk. De paspoppen (uit de eerste computerschetsen, achter schermen om schaduwbeelden te creëren), kregen een andere, praktischer functie: Rechts achteraan, achter een lang zwart voile gordijn representeerden ze, als het licht daar aanging, kleedkamer en pottenkijkers tegelijk.

Het kostuum had een realistische basis en een praktisch uitgangspunt. Het pak van Leopold Bloom is zwart, driedelig met een bolhoed zoals een handelsreiziger er uit zag in de tijd van schrijver James Joyce. Het was wat wijd, zodat voor de transformatie naar zijn vrouw Molly geen verkleding nodig was maar alleen uitkleden tot op het hemd volstond. Leopold stond dan in het slaaphemd van Molly (inspiratiebron de vrouw van de acteur, die zoals veel vrouwen sliep in een wijd T-shirt). De kleine verkledingen tussendoor ontstonden in de repetitie met behulp van de verkleedkist.

Ik ontwierp ook een ademende stoel, die Molly moest representeren. Hij werd bekleed met het ongekleurde rubber. De stoel kon zichzelf opblazen tot een grotere zus van zichzelf en vertegenwoordigde het vrouwelijke deel in de voorstelling. Het effect liet lang op zich wachten. De acteur had inmiddels het vrouwelijke in zichzelf dusdanig aangesproken, dat het opblazen van een rekwisiet overbodig werd. De stoel zelf bleef.

noot1*Schrijfcursus Amsterdam.

noot2*Als dwingende voorbeelden van de ‘Stream of conciousness’ werd door de docenten Eva en Renée Kelder, werk van schrijvers als Virginia Woolf en James Joyce aangereikt.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin