Berichten

Hieronder kun je zien wat ik als laatste aan mijn website heb veranderd. Natuurlijk staan de laatste wijzigingen bovenaan.

Kogel

‘Hij was meteen dood. Nee, hij heeft niet geleden.’ De rechercheur zegt het wat bedremmeld. Hij staat bij de deur in een om zijn taille gesnoerde trenchcoat en ziet eruit als een kind in de jas van zijn vader. […]

Meer »

De tweeling

Ze lopen naast elkaar op de Wagenweg. Het is alsof hun mouwen met een draad langs de volledige lengte aan elkaar zijn gezet. De andere, losse, lichaamsdelen bewegen synchroon. Zoals bij het oversteken: hoofden naar links, hoofden naar rechts, de eerste stap op het zebrapad met hetzelfde been, en na het bereiken van de overkant, dezelfde opluchting die uit de ontspanning van hun schouders spreekt; het opwippen van de hielen, de stilstand op de stoep. Zelfs de wolkjes uit hun mond hebben precies dezelfde vorm. Alleen als een steentje of een takje bij één van de twee een kleine struikeling veroorzaakt wijken ze uiteen. Nadat het object uitvoerig bekeken is schoppen ze het uit de weg en sjokken ze weer verder, heen en weer als schaatsers in een vertraagde pas de deux. […]

Meer »

Sjim

Sjim loopt op straat en veegt zijn neus af met zijn mouw. Niemand hoeft te zien dat hij heeft gehuild. Zijn broers lachen als hij dat doet.

‘Dat heeft toch geen zin’, zeggen ze dan. ‘Dan kan je wel aan de gang blijven.

‘Er komt een dag,’ heeft Sjoerd, zijn oudste broer, een keer gezegd, ‘dat jij niet meer huilt. Dat je schijt hebt aan de hele wereld.’ En zijn tweede broer Sjaak heeft toen geknikt.
Sjoerd en Sjaak houden van voetballen en rugby en taekwondo. Sjim oefent voor een piano optreden op school. Het is een moeilijk stuk, maar ‘t moet lukken. Dat zegt juffrouw Tjakkie ook, zijn lerares. […]

Meer »

De vader en de zoon

Ze was zo lief geweest en zo onzeker tegelijk met in haar hand de verfrommelde zakdoek, waarvan ze de punten steeds tot knoopjes draaide. Hij weet alleen niet hoe hij dit moet oplossen. Hij moet zijn vader spreken, boven op kantoor. Hij hoeft niet te studeren. Een baan is goed genoeg.

Terwijl hij door de gangen van de kolossale villa loopt, zijn thuis, valt hem voor het eerst op hoe glanzend alles is geboend. Hoe het zilver van de siervoorwerpen schittert op de donkere bladen van de smalle tafels langs de wand. […]

Meer »

De stok

Eigenlijk wist ik niet waarom ik hem die keer meevroeg voor de wandeling. Echt aardig was hij nooit. Maar er was iets aan hem dat spannend was. Hij woonde niet als wij gewoon thuis, bij zijn vader en moeder en twee zusjes, maar bij een oom. Het had iets te maken met de woorden van mijn ouders: de ziekelijke gesteldheid van zijn moeder, die de zorg voor het gezin nauwelijks aankon. Die oom leek niet erg begaan met zijn neef. […]

Meer »

Vaders

Walter liep met snelle passen door de straten van zijn jeugd. Afwisselend bonkten en verstomden zijn stappen op de vlonders in het zand. In de opgebroken straat scheen de zon ongenadig fel. Hij nam zijn zomerhoed af en wiste met een zakdoek het zweet van zijn kale schedel. Er zat een steentje in zijn schoen, precies onder de bal van zijn voet. Hij greep de eerste de beste lantaarnpaal die hij zag en schudde zijn voet net zo lang heen en weer tot het steentje verschoven was naar de punt van zijn schoen. […]

Meer »